Onbekend, toch beter bemind!

Artikel 444, 2e lid Ger.W.: de advocaat moet een oplossingsgerichte trajectbegeleider zijn
 

Artikel 444, 2e lid Ger.W. ingevoegd bij de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve methodes van geschillenoplossing (BS 2 juli 2018) en in werking sinds 1 januari 2019 voorziet in een fundamenteel nieuwe rol voor de advocaat.

De tussenkomst van de advocaat bestond voor de invoeging van voormeld artikel bijna exclusief in het beslechten van geschillen voor de rechtbank.

Thans ziet de wetgever de advocaat als een keuze- en trajectbegeleider van zijn cliënt met als doel de buitengerechtelijke methodes van geschillenoplossing te promoten.

Dit moet leiden tot tijdsontlasing van de rechtbanken (beslechting enkel waar nog nodig) en de vermindering van de financiële kost van justitie, maar leidt als keerzijde meteen ook naar mogelijke aansprakelijkheidsvorderingen tegen de advocaat.

Artikel 444, 2e lid Ger.W. bepaalt:

Zij [advocaten] informeren de rechtszoekende over de mogelijkheid tot bemiddeling, verzoening en elke andere vorm van minnelijke oplossing van geschillen.

Indien zij van mening zijn dat een minnelijke oplossing van het geschil overwogen kan worden, trachten zij die in de mate van het mogelijke te bevorderen.

Artikel 444,2e lid Ger. W. legt de advocaat de actieve verplichting op om zijn cliënt te begeleiden bij de keuze van het te volgen traject van geschillenoplossing. De advocaat informeert en bevordert de alternatieve manier van geschillenoplossing, maakt mee de keuze en begeleidt de cliënt doorheen het traject.

De advocaat dient na te gaan welke van de buitengerechtelijke alternatieve methodes van geschillenoplossing aangewezen en wenselijk is, dan wel of een gerechtelijke procedure alsnog de voorkeur geniet.

Hierbij gaat het om een daadwerkelijke toelichting van alle mogelijke figuren die bestaan om het geschil alternatief op te lossen. Weg van de monocultuur van gerechtelijke procedure, de advocaat moet samen met de cliënt nagaan welke figuur passend is voor het gerezen geschil en wanneer die zal aangeboden worden: bij de opstart van een eigen mogelijke betwisting of als eerste verweer op een al ingeleide procedure: de advocaat als trajectbegeleider.

De gemaakte keuze moet gedragen worden door de cliënt. De advocaat dient steeds bij zijn cliënt te verifiëren of deze het gekozen en het daaraan verbonden en te volgen traject goed begrepen heeft en of dit inderdaad ook volgens de cliënt de beste methode is om tot de oplossing van het geschil te komen.

Dit houdt in dat bij de intake de advocaat een actieve en grondige bevraging van zijn cliënt moet doen. Hierbij dient de advocaat de behoeften/belangen van zijn cliënt te detecteren om op grond daarvan uit te maken welk traject dient gevolgd te worden: tijd, geld, emoties, relaties, … spelen hierbij zeker een rol.

Meteen volgt hieruit dat de advocaat die hiertoe nog niet is opgeleid en dus niet thuis is in de alternatieve geschillenoplossingen zich hierin zal moeten bekwamen en bijscholen, minstens een opleiding zal moeten volgen om zijn cliënt overeenkomstig artikel 444,2e lid Ger.W. te informeren en de buitengerechtelijke oplossingen van een geschil te promoten.

Zo wordt o.a. bij de opleiding collaboratief onderhandelen in een gestructureerde format aangeleerd hoe de advocaat zijn cliënt bevraagt, welke alternatieve vormen van geschillenoplossing bestaan, welke figuur in de gegeven omstandigheden aangewezen is, hoe de advocaat een goede partijondersteuner is tijdens het traject en andere tools die ertoe kunnen bijdragen om als advocaat een oplossingsgerichte trajectbegeleider te zijn.

Eens de keuze bepaald en gezamenlijk – advocaat én cliënt - gemaakt, wordt de informatieverstrekking én het traject bij voorkeur ook schriftelijk vastgelegd.

De informatieverplichting vervat in artikel 444,2e lid Ger.W. is immers een resultaatsverbintenis

Het volstaat niet om met deze verplichting reactief/formeel om te gaan en ergens een clausule op te nemen in een engagement letter dat de cliënt werd geïnformeerd over de buitengerechtelijke methodes van geschillenoplossing. Het moet om een daadwerkelijke toelichting van alle mogelijke figuren gaan die erin bestaan om het geschil alternatief en buitengerechtelijk op te lossen.

De praktijk leert dat artikel 444,2e lid Ger.W. geen dode letter is met als gevolg dat assertieve cliënten:

  • dreigen met aansprakelijkheidsprocedures omdat hun advocaat hen niet of onvoldoende heeft ingelicht over de alternatieve mogelijkheden van geschillenoplossing;
  • hun advocaat dumpen en laten opvolgen door een andere die wel kaas van alternatieve geschillenoplossing heeft gegeten waarop de ereloonstaat van de eerste advocaat wordt betwist.

Ook de OVB is zich bewust van deze onbekende verplichting en publiceert in OrdeExpress (n.a.v. de Mediation Week die georganiseerd wordt door de Federale Bemiddelingscommissie) een bijdrage over artikel 444, 2e lid Ger.W.

Tegelijkertijd wordt een overzicht van alternatieve methodes van geschillenoplossing op de OVB-website geplaatst, alsook een modelbrief die de advocaten desgewenst kunnen aanwenden om aan hun verplichte informatie- en bevorderingsplicht te voldoen.

Carmen Matthijs
Coauteur Praktische Gids Bemiddeling en Collaboratieve Onderhandeling (Story Publishers 2019)


.


 

De auteurs van de praktische gids zijn ervaren onderhandelaars en bemiddelaars, met een grondige nationale en internationale opleiding.

Zij zijn actief binnen de advocatuur en de magistratuur en hebben hun ervaring gebundeld in dit werk dat niet mag ontbreken in de bibliotheek van al wie interesse betoont in beredeneerd onderhandelen, collaboratief onderhandelen en bemiddelen.

U kan het boek voor 65,00 euro (incl. BTW) online bestellen.

 

 

 

 

Blijf op de hoogte